WAT IS JUDO ?


Judo is een japanse gevechtssport die op het einde van de 19de eeuw is onstaan. Judo kan het meest vergeleken worden met worstelen, net zoals karate kan vergeleken worden met boksen.

Een judo-kamp begint rechtstaand maar kan ook op de grond verdergaan. Bedoeling is om de tegenstander op de grond te werpen of om deze met zijn rug op de grond gedurende 30 seconden te controleren. Er bestaan tevens klem- en wurgtechnieken die de tegenstander tot opgave moeten brengen maar deze worden pas in een later stadium aangeleerd.

Men kan judo doen op competitieve wijze of op recreatieve wijze. Op competitieve wijze is het de bedoeling dat men aan competities deelneemt en daarvoor specifiek traint. Bij judo op recreatieve wijze valt dit competitief deel weg. Men traint dan vooral om de technieken aan te leren en als vrijblijvende sport. Het is aan iedereen vrij om voor zichzelf uit te maken wat hij/zij wil doen.

2 PRINCIPES VAN JUDO


Seiryoku Zenyo


De bedoeling van judo is om fysiek sterkere tegenstanders te kunnen verslaan door het gebruik van bepaalde technieken en door zich aan te passen aan de reacties van deze tegenstander. Soms is het nuttiger om flexibel mee te geven dan te blokkeren. Een bamboestengel zal bij sterke wind doorbuigen, maar niet breken. Daar waar een zware eik kan breken.

Jita Kyoei


In een judoclub is het de bedoeling dat alle leden met elkaar trainen en elkaar helpen om te verbeteren. Respect tegenover een trainingspartner of tegenstander is dan ook van belang. Op deze manier zal iedereen vooruitgang kunnen boeken.

VERSCHILLENDE AANLEERMETHODEN JUDO


Shin-tai-Sabaki: verplaatsingen inoefenen met of zonder partner.

Tandoku-Renshyu: herhaald inkomen bij een denkbeeldige partner.

Uchi Komi: het inkomen en herhalen van een techniek tot deze met snelheid en kracht kan worden uitgevoerd.

Yaku-Soku-Geiko: een oefenkamp waar men vooral op soepelheid en beweging werkt zonder te blokkeren.

Kakari-Geiko: oefenkamp waar een trainingspartner mag aanvallen, de andere judoka moet zich focussen op verdediging.

Randori: een oefenkamp zonder punten.

Shiai: competitie.

DE VALTECHNIEKEN


Van groot belang bij het rechtstaande judo zijn de valtechnieken. Het correct gebruik van de valtechnieken maakt dat men zich niet kwetst.  Dit kan zelfs nuttig zijn in het dagelijkse leven: hoeveel mensen kwetsen zich niet als ze met de fiets vallen.

De grootste fout die velen maken als ze vallen is dat ze de slag proberen op te vangen met gestrekte armen. Spijtig genoeg kunnen de armen van een mens deze kracht niet verwerken met als gevolg kwetsuren. Het is bijvoorbeeld veel beter om te rollen of om de armen te gebruiken als vering.

HET GRADERINGSSYSTEEM


In judo duidt men het ervaringsniveau van een judoka aan met gordels. Dit gaat van wit naar zwart.
Deze gordels worden toegekend na het slagen in een examen dat in club word afgenomen.

Na bruin is er de zwarte gordel maar deze examens mogen niet in clubverband worden afgenomen. Ook hier is er een gradatie gaande van 1ste dan zwart naar 10de dan zwart. De meeste judoka’s stoppen bij 1ste, 2de of 3de dan. Het afleggen van een examen zwarte gordel kan enkel na het behalen van 10 shiai-punten (competitiepunten) of het afleggen van een technische opleiding. Tevens moet men  een voorbereidingstijd van minstens 1 jaar (1ste dan) doorlopen en dit met het akkoord van de hoofdtrainer van de club.

Examenprogramma downloaden

JUDO-ETIQUETTE


Zoals eerder aangehaald is respect een belangrijk onderdeel in judo. Dit gaat om respect tegenover de trainer en tegenover de andere judoka’s:

Met moet er bijvoorbeeld voor zorgen dat de judogi (de vest en broek met gordel) correct worden gedragen (linkerzijde vest komt boven rechterzijde) en dat deze kleding regelmatig worden verlucht en gewassen. Dames dragen onder de judo-vest een wit T-shirt.

Wonden moeten correct verbonden worden.

De vinger- en teennagels moeten kort afgeknipt zijn omdat men hiermee anders een andere judoka kan kwetsen.

Haar moet of kort geknipt zijn of ingeval van lang haar samengebonden in een paardenstaart of dot. Ook dit is ter bescherming van jezelf en de andere judoka’s.

Tevens is het dragen van juwelen, uurwerken, ringen, halskettingen verboden daar deze kwetsuren kunnen veroorzaken.

BELANG VAN GROETEN


Je groet de trainingsruimte (dojo) als je binnenkomt en buitengaat. Je groet elke keer bij het begin en einde als je met een andere judoka gaat samenwerken. Zelfs bij een kamp wordt er gegroet. Hiermee geeft men aan dat men eerlijk en sportief gaat kampen.

Bij het begin en einde van de les is er de gezamelijke groet met leraars en alle judoka’s die deelnemen aan de training.

In de trainigsruimte zijn geen schoenen toegelaten aangezien deze de tatami’s (rijsttapijten) beschadigen. Ook eten is in deze ruimte niet toegestaan.

(gebruikte bron: Judo, F. M Van Haesendonck)